Hoe verloopt een ramp ?
In grote lijnen: Acute-, crisismanagement- en project-fase
In detail:
Ontstaan
Waarneming
Alarmering
Eerste inzet
Opschaling
Stabilisering
Beëindigen rampsituatie
Nazorg
De gevolgen voor de samenleving
De gevolgen voor de betrokkenen: Impact-, "honeymoon"- en herstel-fase
Post Traumatische Stress Stoornis
De rol van de burger: slachtoffer, ramptoerist, helper of anarchist ?
Economische gevolgen
Het verloop van een ramp in grote lijnen:
In grote lijnen zijn er 3 fasen:
- De acute fase van de rampenbestrijding, waarbij het aankomt op
het organiseren van de rampenbestrijding, het stabiliseren van het
initiële incident en het organiseren van de eerste opvang van de slachtoffers.
- De fase van het crisismanagement waarin tal van zaken (voorlopig)
geregeld moeten worden (berging en identificatie van slachtoffers,
vervolgacties voor de opvang van slachtoffers, teraardebestelling
van doden, herdenkingsdienst etc.).
- De projectfase voor de nazorg, waarin meer structurele voorzieningen,
zoals het oplossen van financiële problemen en het voorbereiden op
de terugkeer naar de normale situatie, getroffen worden.

In detail:
- Ontstaan
Ergens gebeurt iets wat de inleiding gaat zijn tot de latere ramp.
Een klein schakeltje breekt en sleept in zijn val steeds sneller,
steeds meer en steeds grotere schakels mee. Het breken van de schakels
is vaak een proces van jaren. Meestal houdt de ketting het, totdat...
- Waarneming
Soms is er geen tijdsvertraging tussen het moment van ontstaan en
de waarneming van een incident. Maar de inleidende brandjes in Enschede
waren waarschijnlijk al een kwartier aan de gang zonder dat iemand
het merkte. In het Amsterdamse hotel Polen woedde ook al een kwartier een kleine brand
die men zelf probeerde te blussen. Er kan dus tijd zitten tussen het
ontstaan en het waarnemen van een incident, maar ook tussen de waarneming
en de alarmering. Deze tijdsfactor is meestal cruciaal en maakt dan
het verschil tussen een klein brandje en grote ramp.
Naast de waarneming is ook de plaatsbepaling een cruciale factor. In
Enschede werden verschillende locaties doorgegeven, waardoor de alarmcentrale
het idee had dat er meerdere incidenten gaande waren en er verschillende
brandweereenheden met andere brandadressen op weg waren naar dezelfde
brand.
- Alarmering
De politie Centrale MeldKamer (CMK), de brandweer AlarmCentrale (AC)
en de Centraalpost Ambulancevervoer (CPA) ontvangen uiteindelijk de
meldingen via de 1-1-2 centrale. De meeste meldingen bevatten deels
onjuiste informatie over wat er gebeurd is en waar het gebeurd is.
De mate waarin de centralisten in staat zijn uit die stroom meldingen
een juist beeld van de situatie te krijgen bepaalt in hoge mate het
eindresultaat.
Door het zogeheten uitvragen van de bellers proberen de centralisten
een zo correct mogelijk beeld te krijgen van de situatie en de locatie.
De huidige geautomatiseerde meldkamersystemen gaan op basis van die
meldingen en de locatie van het incident een inzetvoorstel doen. Aan
de hand daarvan worden de hulpdiensten op weg gestuurd en geïnformeerd.
Deze hulpdiensten bestaan op dat moment uit de dagelijkse bezetting
van surveillanceauto's, autospuiten, autoladders, gewone hulpverleningsvoertuigen
en ambulances.
Terwijl de voertuigen onderweg zijn zal de centralist via de mobilofoon
extra informatie over het incident doorgeven zodat de bevelvoerders
hierop hun eerste inzet kunnen afstemmen. In Eindhoven was het niet
doorgeven van cruciale informatie over inzittenden doorslaggevend
voor de late redding van de inzittenden van de Hercules.
- Eerste inzet
Bij aankomst zal door de eerste eenheden een verkenning van de situatie
gedaan worden. Men zal met een zeer chaotische en onoverzichtelijke
situatie worden geconfronteerd en het zal vaak niet in eerste instantie
mogelijk zijn een volledig beeld te krijgen. De eerste eenheden zullen
in ieder geval om versterking vragen. Ze zullen ook proberen het incident
niet te laten verergeren, maar meestal is dit de eerste tijd onmogelijk.
In Enschede waren de hulpdiensten al een half uur in actie en verergerde
de situatie voortdurend tot de ramp een feit was.
- Opschaling
Na aanleiding van de alarmmeldingen en de berichten van de eerste
eenheden ter plaatse vindt opschaling plaatst. Er worden meer eenheden
naar het incident gezonden, inclusief commando-eenheden die ter plaatse
het bevel zullen gaan voeren. Zo'n commando op de plaats van de ramp
heet een COmmando RampTerrein / COmmando Plaats Incident (CORT/COPI).
Rijdende meldkamers (Verbindings Commando wagens van brandweer en
GGD , Mobiele CommunicatieUnits van het KLPD ) zullen op de plaats
van het incident mobilofoon-, portofoon- en telefoon verbindingsnetten
opzetten (soms per satelliet en camera's) en vergaderlocaties voor
het commando.
De politie zal de Mobiele Eenheden oproepen en gaan inzetten voor
afzetting van het rampgebied. Motoragenten zullen de hoofdroutes naar
ziekenhuizen verkeersvrij gaan maken.
De brandweer zal zwaar brandblusmateriaal (zogenaamde dompelpompen),
speciale meet-, gaspakken- en decontaminatie-units en zwaar hulpverleningsmateriaal
in kunnen gaan zetten.
De gezondheidsdienst kan een beroep doen op de traumateams (eigenlijk:
Mobiele Medische Teams) die per snelle auto of helicopter ter plaatse
kunnen komen en bestaan uit een arts, een verpleegkundige en een piloot/chauffeur.
Via het Rode Kruis kunnen SIGMA (Snel Inzetbare Groep voor Medische
Assistentie) eenheden gaan zorgdragen voor het inrichten van gewondennesten
en gewondenverzamelplaatsen.
In het gewondennest, op een relatief veilige locatie binnen het rampterrein,
zullen gewonden worden opgevangen en getriageerd. De ernst van hun
verwondingen wordt beoordeeld in categorieën van T1 tot T4. T1
betekent acuut levensgevaar, T2 dreigend levensgevaar, T3 niet levensbedreigend
en T4 houdt in dat het slachtoffer zo ernstig gewond is dat zijn overlevingskans
minimaal is. Een nieuwe triage methode gaat uit van 5 urgentie graden, vanaf U1 voor acuut levensgevaar en aflopend naar U5 waarvoor behandeling na 24 uur gewenst is.
Vanuit de gewondennesten worden de slachtoffers overgebracht
naar gewondenverzamelplaatsen buiten het rampterrein voor eerste hulp
en vandaar per ambulance naar een aantal ziekenhuizen vervoerd. De
SIGMA's beschikken daartoe over uitgebreide eerstehulp kits, extra
brancards en opblaastenten.
Ziekenhuizen zullen, gealarmeerd door de ambulance-meldkamer, hun
personeelsbestand uitbreiden met opgeroepen artsen, anesthesisten
en verpleegkundigen om de eerstehulp- en operatiecapaciteit op te
kunnen voeren.
Voor de opvang van zeer grote hoeveelheden zwaargewonden of gewonden
die radioactief, bacteriologisch of chemisch zijn besmet kan het Calamiteiten
Hospitaal in Utrecht worden geactiveerd. Dit slapende ziekenhuis is
speciaal ingericht voor de opvang van ramp-slachtoffers.
Op de diverse meldkamers zal een aparte commandostructuur worden
ingericht (RCC - Regionaal CommandoCentrum) .
Ook als er nog geen sprake is van een echte ramp kan het nodig zijn bijstand van omliggende gemeenten en regio's in te roepen.
Wanneer er wel sprake is van een ramp (doordat de burgemeester de
rampenverklaring heeft afgegeven) kan ook het Landelijk CoördinatieCentrum
(LCC) van het Ministerie van Binnenlandse zaken worden opgestart.
Vanuit dit coördinatiecentrum kunnen voorraden met rampenbestrijdingsmateriaal
worden aangesproken en naar het rampgebied verzonden.
Ook de bestuurlijke verantwoordelijkheden voor het nemen van beleidsbeslissingen
worden in coördinatiecentra samengevoegd. Het gemeentehuis zal
de plaats zijn waar de GemeentelijkeRampenStaf bijeenkomt, met de
burgemeester aan het hoofd. Provinciale Staten komen bijeen op een
Provinciaal CommandoCentrum en op landelijk niveau kunnen ministers
in het Nationaal CommandoCentrum beleidsbeslissingen nemen.
- Stabilisering
De rampsituatie is onder controle en breidt zich niet verder uit.
Er is niet meer materieel nodig, wel moeten nu de eerst ingezette
eenheden vervangen worden en ook opgevangen worden (psychische begeleiding
door bedrijfopvangteams). Niet zelden (zie Enschede) zijn er onder
de eerst ingezette eenheden ook eigen personeelsleden slachtoffer
geworden.
- Beëindigen van de rampsituatie
In deze fase zijn alle slachtoffers opgevangen, geborgen, de branden
zijn uit, het water is weg, kortom de ramp is wat betreft de inzet
van zwaailichtsector op het rampterrein afgelopen.
- Nazorg
Het rampgebied dient zo te veilig te zijn gemaakt dat het weer normaal
betreden kan worden - in ieder geval door mensen die zich met puinruimen
en wederopbouw gaan bezighouden. De gemeente moet via haar sociale
dienst de getroffenen financieel gaan bijstaan. Er moet vervangende
woonruimte worden gezocht en die woonruimte moet worden ingericht.
De getroffenen zullen gedurende lange tijd psychisch begeleidt moeten
worden, terwijl voor de gewonden ook vaak een langdurige medische
nazorg nodig blijft.
En natuurlijk gaat er nu geëvalueerd worden en worden justitiële
en ministeriële onderzoeken gestart om de schuldvraag boven water
te krijgen.

De gevolgen van een ramp op de samenleving
Mensen gaan in hun leven uit van zekerheden: De zekerheid dat ze veilig
zijn tegen gevaren, dat er een dak boven hun hoofd is, dat er water
en electra is, dat er voedsel gekocht kan worden, dat daarvoor geld
opgenomen kan worden. Hun gezin, familie, vrienden, de buren, de collega's
op het werk, de mensen in de winkels, het postkantoor, de kerk en de
sportclub maken deel uit van de geborgenheid van het dagelijks bestaan.
Voor de meeste mensen is de gedachte dat er brand kan ontstaan of dat
je een ongeluk kunt krijgen, in zekere zin een onderdeel van de realiteit.
Ze zien het iedere dag op TV, het overkomt anderen, het zou ook hen
kunnen overkomen. Ze kunnen ook maatregelen treffen: Een rookmelder,
een brandblusser, een EHBOdoos, een brandverzekering.
Een ramp is echter van een heel andere orde. Een individu kan zich
niet zelfstandig tegen een ramp beschermen en het maakt ook geen deel
uit van de realiteit van alledag.
We verwachten dat de overheid ons collectief tegen rampen zal beschermen.
Ook dat maakt onderdeel uit van die zekerheden waar een samenleving
uit bestaat. De rampen in Enschede en Volendam tonen aan dat we wellicht
te hoge verwachtingen van die beschermende overheid hebben.
De gevolgen voor de getroffenen
Door een ramp wordt de samenleving voor korte of langere tijd ontregelt.
De vertrouwde zekerheden van het alledaags bestaan zijn weggevallen
en opeens vervangen door een andere, onrealistische wereld waarin de
gebeurtenissen een plaats moeten krijgen.
Dat proces verloopt voor de getroffenen door een ramp in 3 fasen:
- Impact fase
Meteen na het ontstaan van een ramp kan paniek- en vluchtgedrag ontstaan.
De getroffenen trekken zonder nadenken weg van de directe omgeving,
maar kunnen aansluitend ook weer neiging hebben terug te keren naar
de plek des onheils om slachtoffers te helpen, vermisten te zoeken
of bezittingen in veiligheid te brengen. Men heeft dan nog geen rationeel
beeld van de gebeurtenissen, de handelingen zijn heel primair.
Na enige uren dringt het besef door over wat er echt gebeurd is. Van
het ene monent op het andere is de vertrouwde leefomgeving een oord
vol verschikkingen geworden of is zelfs geheel weggevaagd. Je gezin,
je buren, de mensen in je vertrouwde winkels of van je sportclub zijn
opeens dood, vermist of ernstig gewond. Water en electra is er niet
meer, geen dak meer boven je hoofd. Je kunt geen eten meer kopen in
de supermarkt om de hoek.
De werkelijkheid blijkt te absurd om te kunnen bevatten. Dat kan leiden
tot ontkenning, verdringing van de feiten en apathie.
- "Honeymoon" fase
In de dagen na de ramp ontstaat verbondenheid met de mede-betrokkenen.
Iedereen heeft hetzelfde doorgemaakt en collectief gaat men proberen
de oude zekerheden door nieuwe te vervangen. De niet-betrokkenen in
hun omgeving reageren heftig meelevend en behulpzaam. Er is ruimte
om over de gebeurtenissen te praten en alle begrip voor psychische
trauma's of lichamelijk onvermogen.
Doordat er ook praktische zaken geregeld moeten worden is de aandacht
even van de gebeurtenissen tijdens de ramp afgeleidt en naar de toekomst
gericht.
Door deze stroom van positieve impulsen wordt deze fase wel de "honeymoon
fase" genoemd.
- Herstel fase
Na enkele weken of maanden is de nazorg-fase van de rampenbestrijding
zover gevorderd dat er weer zicht komt op terugkeer naar normale omstandigheden.
Bij de niet-betrokkenen raken de gebeurtenissen op de achtergrond
en de meelevendheid en behulpzaamheid ebt weg. De betrokkenen zijn
hierover meestal verrast en verbaasd, wat leidt tot wederzijds onbegrip.
Ineens is de stroom van positieve impulsen opgedroogt en komt de harde
realiteit boven. De betrokkenen gaan een verklaring zoeken voor de
gebeurtenissen en hun rol daarin. Waar men in de vorige fasen niet
erg geinterresseerd was in de feitelijke gebeurtenissen en de schuldvragen,
willen de betrokkenen nu ieder detail boven water krijgen en elke
onduidelijkheid verklaard zien. Het streven van de betrokkenen om
"het beeld compleet te krijgen" kan leiden tot paranoïde
complot-denken. Alles wat niet logischerwijs verklaard kan worden,
wordt dan toegeschreven aan mysterieuze, onzichtbare krachten.
In deze fase is het noodzakelijk dat de betrokkenen actief meewerken
aan de wederopbouw van hun vertrouwde leefomgeving, ook al kan dat
op een andere plek zijn dan vroeger. Tegelijkertijd moeten ze de traumatische
ervaringen een plaats zien te geven en om leren gaan met het gegeven
dat hun leven voortaan een "voor" en een "na"
de ramp zal kennen.

Post Traumatische Stress Stoornis (Post Traumatic Stress Disorder)
Betrokkenen bij een ramp, of ze nu slachtoffer, hulpverlener of omstander zijn, raken in min of meerdere mate emotioneel geschokt door de gebeurtenissen. Dat heet een Acute Stress Stoornis ("Acute Stress Disorder").
Ze slapen slecht, kunnen zich niet lang concentreren en zien de ramp telkens weer als een film door hun hoofd spoken. Ze hebben schuldgevoelens over hun gedrag tijdens de ramp, ze vinden dat ze meer of anders hadden moeten doen. Ze kunnen angsten ontwikkelen en plekken of personen gaan vermijden die hen aan de ramp herinneren, vaak op volstrekt irrationele gronden. Ze raken in zichzelf gekeerd en worden ongevoelig voor de normale prikkels uit hun omgeving, of gaan daar schrikachtig of agressief op reageren.
Meestal houdt deze stoornis enkele weken of maanden aan, maar met de psychische bijstand die na een ramp wordt gemobiliseerd, komen de meeste mensen er weer zover bovenop dat ze een normaal leven kunnen leiden, ondanks het litteken dat de ramp voor altijd in hun geest heeft achtergelaten.
Maar bij een aantal van hen zal het niet meer
overgaan. De verschijnselen verhevigen zich tot het punt waarop een normaal leven niet meer mogelijk is en de patiënt een geheel ander persoon is geworden, soms zelfs met suïcidaal gedrag.
Deze PostTraumatische Stress Stoornis (PTSS, Post Traumatic Stress Disorder PTSD ) werd voor het eerst geconstateerd als Combat Stress Reaction of Shell-shock, onder soldaten die uit de eerste Wereldorlog lichamelijk ongeschonden terugkwamen, maar geestelijk totaal geruïneerd waren. Na Vietnam is het ziektebeeld in de psychiatrie als een angststoornis beschreven, met als voornaamste kenmerk dat de patiënt vóór de traumatische gebeurtenis geen geestelijke afwijkingen had.
Niet alleen degenen met directe traumatische ervaringen kunnen Acute of PostTraumatische Stress Stoornissen krijgen. Ook mensen die een ramp "op afstand" hebben beleefd of als kind in de verhalen en gedrag van hun ouders hebben overerfd (de zogeheten 2e generatie slachtoffers) kunnen dergelijke verschijnselen krijgen.
"In veel gevallen herkent men de persoon die PTSS heeft opgelopen niet meer. Hij / zij is anders, maar kan of wil daar niet over praten. De eis van de omgeving, om terug te keren naar "normaal", is vaak zo sterk dat iemand hiermee niet kan leven en zich bewust terugtrekt. Onbereikbaar worden, voor de omgeving maar ook voor zichzelf. " (bron: www.posttrauma.org)

De rol van de burger: Slachtoffer, ramptoerist,
helper of anarchist ?
In de simplistische wereld van de rampenplannen zijn er tijdens een
ramp 2 soorten mensen:
- Hulpverleners in overheidsdienst die de getroffen burgers gaan helpen
en niet-getroffen burgers gaan wegsturen
- Burgers die hetzij als slachtoffer geholpen moeten worden, hetzij
als ramptoerist of plunderaar weggestuurd moeten worden.
Uit onderzoeken naar de rol van de burgers tijdens een ramp komt echter
naar voren, dat de mensen uit de directe omgeving van het rampterrein
heel goed in staat zijn in de eerste periode na de ramp hulp te verlenen.
Die hulp, zonder enige planning, zonder leiding en met heel beperkte
middelen, kan wel heel snel op gang komen en is daardoor in die eerste
chaotische periode minstens zo effectief als de hulp van de overheid,
die probeert volgens strakke draaiboeken de chaos het hoofd te bieden
en veel tijd verdoet met zichzelf te organiseren.
Wanneer de overheid vervolgens probeert die spontane hulpverlening van
de burgerij in te dammen en over te nemen, kan een conflictsituatie
ontstaan als die helpende burger opeens als slachtoffer of als ramptoerist
uit het rampgebied dreigt te worden weggestuurd. In de toch al grote
chaos en verwarring kan een machtsstrijd ontstaan tussen helpende overheid
en helpende burgerij.
Dat effect wordt erger als een rampgebied voor langere tijd onbereikbaar
is voor professionele hulpverleners en overheidsgezag. In die situatie,
temidden van de chaos, met gebrek aan water en voedsel en onderdak,
met verwoestingen, gewonden en doden rondom, zullen de achterblijvers
het heft - maar ook het recht - in eigen hand nemen. Het (natuurlijke)
recht van de sterkste neemt het (onnatuurlijke) overheidsgezag over.
Zwakkeren kunnen worden bedreigd, beroofd of gedood om de sterksten
in staat te stellen zichzelf te helpen of munt te slaan uit de situatie.
In zo'n wetteloze mini-samenleving staat de deur naar anarchie wijd open.
Doordat de overheid in haar plannen weinig rekening heeft gehouden met
deze snel veranderende en zeer uitéénlopende rollen van
de burgers in en om een rampgebied, zullen hulpverleners en overheidsgezag
merkbaar moeite hebben om passend te reageren op deze onvoorziene omstandigheden.
Door dit onvermogen zal de overheid zelf bijdragen aan het chaotische
en anarchistische karakter van een ramp en de daardoor ontstane ontwrichting
van de samenleving.

Economische gevolgen
Hoewel er vaak na een ramp geroepen wordt dat geld geen rol speelt,
is dat maar in beperkte mate en voor korte tijd waar. De rijksoverheid
kan financiële reserves beschikbaar stellen om de eerste kosten
- zowel voor de betrokkenen als voor de gemeentelijke overheid - te
dekken, maar daarna staat men al gauw in de kou.
Ook de verzekeringsmaatschappijen staan niet te dringen om de hoge schadeposten
snel te vergoeden. Zolang de schuldvraag onduidelijk is, zal er geen
cent worden uitgekeerd.
Tegelijkertijd zijn de betrokkenen niet in staat tot werken. Bedrijven
die grote hoeveelheden werknemers missen of hun werkterrein kwijt zijn
worden bedreigd door een faillissement.
Men heeft andere dingen aan het hoofd dan dingen te kopen of zaken te
doen, toeristen blijven weg, bedrijven die afhankelijk zijn van aanleveringen
door de betrokkenen zoeken andere wegen:
De economische impulsen vallen weg.
Het is taak van de gemeentelijke overheid om de economische gevolgen
van een ramp onder controle te krijgen. Bedrijven moeten snel ruimte
krijgen om een doorstart te kunnen maken, mensen moeten tijdelijk geld
van de sociale dienst krijgen voor de dagelijkse uitgaven.
Maar dat geleende geld moet wel ooit terugbetaald worden. Als een verzekering
uiteindelijk uitkeert zal dat meestal niet het volledige schadebedrag
zijn. Ook de gemeente kan vaak lang niet alle extra kosten van het rijk
terugkrijgen. Ook de economische gevolgen van een ramp kunnen daarom
heel lang nadreunen.

|